Posts tonen met het label italy. Alle posts tonen
Posts tonen met het label italy. Alle posts tonen

woensdag

MARIO PRAZ [ROME]

My trips to Rome have been numerous and I even lived there for a short time, trying to join the film industry. To me it always remained a miracle city. Mysterious, dirty, sensual, splendid, overwhelming, and so on. All you can think of, is true. One of it's most well hidden treasures is Mario Praz's house La Casa Della Vita. It is a treasure box, a time capsule and an intellectual challenge in one.
Mister Praz was a thinker and a writer. He conceived An Illustrated History of Interior Decoration: From Pompeii to Art Nouveau. And actually that's how I got to know about his existence.


A book I really love

So, when in Rome, don't do as the Romans do, as they would never go to this house of life, but pay this great scholar a visit. 

Fodor says: On the top floor of the Palazzo Primoli is one of Rome's most unusual museums. 

As if in amber, the apartment in which the famous Italian essayist Mario Praz lived is preserved intact, decorated with a lifetime's accumulation of delightful baroque and Neoclassical art and antiques arranged and rearranged to create symmetries that take the visitor by surprise like the best trompe d'oeil. As author of The Romantic Sensibility and A History of Interior Decoration, Praz was fabled for his taste for the arcane and the bizarre; here his reputation for the same lives on. 

The apartment can only be seen on group tours.


Museo Mario Praz, Palazzo Primoli. Via Zanardelli 1, Roma

Open Tu - Sun 9am-1pm and 2:30-6:30pm
Guided tours every hour / Closed on Mondays

1,200 objects, late 18th to mid 19th centuries, collected by Mario Praz.
All described in his book La Casa della Vita ("The House of Life")
Some notes in Dutch on his most famous book: The Romantic Agony.

Mario Praz, Italiaans criticus (Rome 06-09-1896 - Rome 23-03-1982)

The romantic agony, 1933
Wie graag wil geloven dat de literatuur van de negentiende eeuw braaf, saai en bekrompen is geweest, doet er goed aan The romantic agony van Mario Praz ongelezen te laten. Want dit boek zou hem of haar wel eens op andere gedachten kunnen brengen. In 1930 verscheen het voor het eerst als La carne, la morte e il diavolo nella letteratura romantica, maar het is onder haar Engelse titel (de vertaling verscheen al in 1933) dat Praz' studie van de 'erotische sensibiliteit' in de romantische letteren de wereld heeft veroverd.
Met trefwoorden als Satan, Sade, La Belle Dame Sans Merci, Byzantium en le vice anglais legt Praz in de literatuur van de vorige eeuw troebele lagen bloot die eerdere onderzoekers liever over het hoofd hadden gezien. Zijn boek is een adembenemende inventarisatie van de literaire vermommingen die een - vaak onderdrukte - seksualiteit had aangenomen in de eeuw die voorafging aan Freuds ontdekking dat eigenlijk aan al ons doen en dromen seksuele impulsen ten grondslag liggen.
Veel van wat Praz beschrijft was ook vóór de Romantiek aanwezig. Satan onderging zijn 'metamorfose' tot tragische rebel al in Miltons Paradise lost; dat gruwelen esthetische lust kunnen opwekken, wisten de tragedie-schrijvers al. Maar pas de romantici, voorafgegaan door de achttiende-eeuwse denkers van het 'sublieme', hadden van deze zaken een welbewuste sensibiliteit gemaakt, die zij als eersten volstrekt serieus namen en in hun romans en gedichten cultiveerden. Pas door hen werd de klassieke eenheid van het Schone, het Goede en het Ware definitief doorbroken, om plaats te maken voor een nieuwe schoonheid die heel goed met pijn, verval en dood gepaard kon gaan.
In het werk van Byron, Keats, Baudelaire, Flaubert, Swinburne, Huysmans, Wilde, Péladan en vele anderen weet Praz er de sporen van aan te wijzen, daarbij puttend uit een ontzagwekkende eruditie die niet alleen de alom erkende meesters, maar ook een ruime keus van tweede en derderangs auteurs omvat. Een lange rij van satanische helden, fatale mannen en vrouwen, exotische schoonheden en geselende zonderlingen passeert de revue. Wie niet beter weet zou menen dat de hele literatuur van de negentiende eeuw van afwijkingen en perversies aan elkaar hing.
Sommige negentiende-eeuwers waren daar ook zonder het door Praz zo belangeloos verzamelde bewijsmateriaal van overtuigd. Een van hen, de Duitser Max Nordau, trok in zijn destijds veelgelezen boek Entartung (1892-93) pagina's lang van leer tegen de ziekelijke verbeelding van de moderne literatuur, die hij symptomatisch achtte voor de 'ontaarding' van zijn tijd. Met behulp van Lombroso's theorieën over genie en waanzin reduceerde hij de romantische en decadente schrijvers tot psycho-pathologische gevallen, die hoognodig onder medische behandeling dienden te worden gesteld.
Tegen dit soort cultuur-kritische 'diagnoses' komt Praz in het geweer. In het voorwoord bij zijn boek verwijt hij Nordau pseudo-eruditie, grof positivisme en hypocriet moralisme. Maar zijn belangrijkste verwijt lijkt toch iets anders te zijn: een volstrekt onbegrip voor de aard van de literaire verbeelding. Een morbide thematiek hoeft geenszins te wijzen op een psychische stoornis bij de auteur, betoogt Praz. De schrijvers die door lieden als Nordau naar de dokter werden verwezen, waren geen 'monsters'; zij werden gedreven door obsessies die in ieder mens aanwezig zijn, maar die zij alleen openlijk tot uitdrukking durfden te brengen.
Voor Praz is dat laatste vooral een kwestie van literaire smaak, een bepaalde esthetische sensibiliteit, waarvan hij in zijn boek de ontwikkeling heeft willen schetsen. Meer niet. Aan psychologische verklaringen heeft hij geen boodschap; evenmin stelt hij zich op als een bezorgde moralist, wat niet wil zeggen dat hij instemt met alles wat hij beschrijft.
Maar als er een oordeel wordt uitgesproken, gebeurt dat alleen op literaire gronden, zoals in het geval van de markies de Sade, die op de romantische en decadente literatuur van de negentiende eeuw zo'n sinistere 'schaduw' had geworpen. Dat Sade als eerste het 'mechanisme van de homo sexualis' heeft onthuld is volgens Praz nog geen reden om hem, in navolging van de surrealisten, tot een literair genie uit te roepen. 'De meest elementaire kwaliteiten van een schrijver - laat staan een geniaal schrijver - ontbreken bij Sade', luidt het strenge oordeel.
Tegen de kritiek van Benedetto Croce, die hem had verweten een eenzijdig beeld van de Romantiek te geven, verdedigt Praz zich met het argument dat hij slechts een 'monografie' en geen 'synthese' heeft geschreven. In werkelijkheid moet de oorsprong van zijn boek nog eenzijdiger zijn geweest. Want Praz, die tussen 1924 en 1934 in Engeland Italiaanse letterkunde doceerde en daarna tot aan zijn emeritaat in 1966 Engelse letterkunde in Italië, was zijn carrière begonnen met publicaties over Gabriele D'Annunzio en diens literaire bronnen. In The romantic agony zijn die bronnen een zelfstandig leven gaan leiden, al wordt D'Annunzio in het slothoofdstuk ('Byzantium') nog altijd de 'meest monumentale figuur van de Decadente Beweging' genoemd in wie alle elementen uit de voorgaande hoofdstukken samenkomen.
Een serieuzer beperking betreft de taalgebieden waaruit Praz zijn voorbeelden heeft geput. Bijna alle auteurs die in zijn boek worden behandeld zijn Engelsen, Fransen of Italianen. Daardoor ontbreken schrijvers als Strindberg, Wedekind, Sologoeb, George of Couperus, die zeker een plaatsje in The romantic agony zouden hebben verdiend. Dat is jammer, zoals Praz ook zelf erkent, maar geen doorslaggevend bezwaar, omdat uitbreiding van het materiaal de grote lijn niet wezenlijk zou hebben gewijzigd. De literaire smaak van de vorige eeuw werd tenslotte nog voor het overgrote deel in Londen en Parijs gemaakt.
Ook met een andere beperking valt te leven. Praz gaat niet verder dan 1900, hoewel er nadien tal van schrijvers zijn opgestaan die in hun werk van een verwante 'erotische sensibiliteit' blijk geven. Bij sommigen is zelfs sprake van wat je een selffulfilling prophecy zou kunnen noemen, aangezien zij die sensibiliteit mede aan Praz' boek, dat al snel een 'classic' werd, hebben te danken. Voor tijdgenoten als Bernanos, Kessel en Jünger (die in een noot door Praz zelf worden genoemd) gaat dat uiteraard niet op, maar wèl voor enkele schrijvers die pas veel later hun romantisch-decadente inborst ontdekten.
Het meest sprekende voorbeeld in Nederland, waar de negentiende-eeuwse literatuur vóór de komst van de Tachtigers vooral uit deugdzame domineespoëzie en gezapig realisme lijkt te bestaan, is Gerard Kornelis van het Reve. Volgens zijn vroegere echtgenote Hanny Michaëlis had hij The romantic agony al tijdens hun huwelijk 'verslonden'. In A prison song in prose (geschreven in 1960 en gepubliceerd in 1968) werden voor het eerst de gevolgen zichtbaar. De 'meedogenloze jongen' die daarin met kil genot de zweep hanteert, zou nadien nog vaak in zijn werk terugkeren, als een homoseksuele variant van Keats' 'Belle Dame Sans Merci' uit 1819.
Dankzij Mario Praz heeft Reve, die zich er altijd over beklaagde in een vacuüm te moeten schrijven, de literaire traditie gevonden waarin hij thuishoort. Het bewijst, anders dan zijn 'geleerde broer' Karel jaren later in diens Huizinga-lezing staande hield, dat de literatuurwetenschap niet altijd tot 'onleesbaarheid' hoeft te leiden.
Arnold Heumakers LINK NRC
Mario Paz: Lust, dood en duivel, in de literatuur van de romantiek. Vertaald door Anton Haakman. Agon, 518 blz. ƒ 49,90




Mario Praz

GARDENING [9] LA FOCE

LA FOCE's Superview


One of the most stunning artificial views was created by Cecil Pinsent. Pinsent was an architect who had the good fortune to find a wealthy and influential patron when he was still in his early twenties. He was taken up by the American art historian Bernard Berenson. [Google all those Berenson's and you will see Marisa was his grandniece] He created quite some gardens in Italy of which I want to mention La Foce, to which this view belonged.


La Foce
Benedetta Origo
"...And then three years later, after my American great-grandmother had given my parents
enough money for a water pipe from a spirng six miles away,
he(Pinsent) was able to start this first little garden."

Oh, and this YouTube filmexplains more about La Foce. I almost forgot...



A lot has been written about all of Pinsent's work. Here is another link to another villa: i Tatti, 
It will lead you on to other interesting links.


maandag

CASA MALAPARTE [2]

In a recent article of Italian magazine Domus, there were some interesting pictures of the Casa Malaparte I would like to share. I never get enough of it... In this blog there is another article on this villa. Look for Malaparte.

First a link [and thanks to] the Domus link








donderdag

MOLLINO

tabletop


Domus had a wonderfull article on Carlo Mollino's Casa Miller. I'm not going to cite, but to invite: Have a look HERE.

No idea who Carlo Mollino is? Well an intriguing Italian designer. A bit dark, very elegant, something of an erotic photographer, independant. I guess much looked at and, no worry,  inimmitable.

Ok then, some examples:

table

living room

dinsdag

ROME [1] DOMENICO GNOLI

It is quite some time ago when I visited The Galleria Nazionale D'Arte Moderna eContemporanea. I guess it is still there, at the Viale delle Belle Arti and did not merge into the new MAXXI.
The interesting thing of the museum is it's chaotic [Italian?] charm. A lot of different painters 'hurled', more or less chronologically into the halls. 
I love a museum like this. It gives you a chance to discover new names. It also offered the opportunity to see some Gnoli's. 
His oeuvre is not that big and his work is seldom on show.
Now there was suddenly some exposure. I discovered it on Trendland. 

Domenico Gnoli with Black Hair, s'Estaca, Valldemossa, Mallorca, Spain, Summer 1969







Life exerpt: Is there any question more vexing for the devoted fan than what could have been? Admirers and collectors of the late Italian artist Domenico Gnoli must surely be asking themselves this question yet again this week now that New York’s Luxembourg & Dayan gallery has mounted the first U.S. show devoted to Gnoli since his death four decades ago. In 1969, after a successful solo show at the trail-blazing Sidney Janis gallery in New York, the beautiful, bohemian dandy with an abundance of talent—he was also a leading illustrator and stage designer early in his career—was poised to become a major art star. But his career was cut tragically short, when he died a few months later of cancer, at only 36.

Read more on Wmagazine


For NY-ers: Luxembourg & Dayan on show untill june 30 [2012]

woensdag

NINO ROTA

A special selection of the composers work:

8 1/2


LA STRADA


LA DOLCE VITA


ROMEO AND JULLIET


AMACORD

IL GATTOPARDO

maandag

VILLA VOLPI

Accidentally found; Villa Volpi is for sale. For a mere €33.000.000 one could be the owner of this operaticly designed neo-roman villa, situated near Sabaudia in Lazio. This being an area south of Rome. At the beginning of the 20th century, Lazio was marshland, inhabited by poor farmers and musquitos.
Mussolini made it into a huge project to get the swamps dry and new cities build. This is how Latina, Pontinia, Sabaudia came into existance. Designed in what we now call Rationalism. The term fascistic seems no longer applyable, since the tenth Biennale dell'architettura.
Latin modernisme one might call it. Or "una metafisica construita" as the catalogue of the ehibition of the same name calls it.

Villa Volpi for sale and Villa Volpi in Casa Vogue attachment


Casa Vogue Attachment

Casa Vogue Attachment


Catalogue Metafisica Costruita

dinsdag

CAPRI / CASA MALAPARTE


Villa Malaparte, Capri
On the side of the rock the stairs leading to the boat launch and swimming pier

Mid nineties, I visited Capri. Most impressive was the walk up to Casa Malaparte, journalist / writer and surprisingly architect of this house on an isolated rocky peninsula on the east coast of the island. Only accessible by foot, it takes about half an hour through pine trees and across rocky slopes. You arrive at the top of a mount from which your first glance is down on the roof and monumental stairs that lead up to it.
In short, Malaparte was exiled by Mussolini because of criticizing the Italian political situation in the pre war years. He was 'locked up' on the island of Lipari. Obviously he took inspiration from the church of annunziata, featuring a resembling set of stairs. [see picture below] First he had the house designed by Adalberto Libera, but finished it with the help of a local stone mason. Probably thus introducing some irrational elements, including the typical roof design.

villa malaparte
Arriving at far above the house

mepris18
The much photographed house also appeared in Godard’s 1963 film Le Mépris (Contempt).















 A scene from Le Mépris






The church of annunziata on Lipari
taken from the right angle the house gets this towering perspective






donderdag

CLEARLY VISIBLE CLAIRE DE LUNE

Music to look at:

Either like this...


Or like this:


Or in an orchestral version, made by Stokowski.

 

It could end up in a Fantasia and being left out...


Or even end up in the Fellini movie "E Le Nave Va..."